X
downloadcenter e-Velda invoicing

Een gezonde basis voor het leven

Volg ons

Verschillende situaties in het leven kunnen ons natuurlijk evenwicht verstoren. Stress, gebrek aan beweging en/of weinig ontspanning vragen veel van onze geestelijke en lichamelijke energievoorraden. Deze voorraden staan rechtstreeks in verbinding met onze gezondheid en ons welbevinden in het algemeen. Ieder mens heeft dus belang bij optimale energievoorraden.

 

Een onverstoorde slaap van gemiddeld acht uur per dag brengen onze energievoorraden terug op peil. De lengte van deze noodzakelijke periode, laat geen twijfel bestaan over het belang ervan. Iemand van zestig jaar heeft immers twintig jaar in zijn bed doorgebracht.

 

Onderzoek wijst uit dat 70% van de bevolking regelmatig fysische en psychische problemen ondervind die o.a. veroorzaakt worden door een getesteerde houding van de ruggengraat. 

 

De ruggengraat is een zeer fragiel onderdeel van ons lichaam. Het mag niet eenzijdig belast worden: zoals bij het verkeerd dragen van goederen, slecht zitten of het slapen in een slecht bed.

 

VELDA streeft daarom naar een optimale herstellende rust - in het bijzonder van de wervelkolom - en wilt VELDA u een product bieden dat voor een gezond evenwicht zorgt.

Nachtrust met kwaliteit

Volg ons

De nachtrust is de herstelperiode van het lichaam en van onze geest. Na een goede nachtrust ben je herboren, maar na een slechte blijf je futloos. De kwaliteit ervan heb je grotendeels zelf in handen.

 

VELDA slaapsystemen zijn zo ontworpen dat ze het lichaam op een natuurlijke wijze dragen. Dat doen ze door een onafhankelijke ondersteuning van de vitale draagpunten, ongeacht je lichaamsbouw of gewicht. Die optimale lichaamshouding bepaalt de kwaliteit van je nachtrust, en je welbevinden doorheen de dag.

 

Tijdens de slaap moet de natuurlijke S-vorm van de wervelkolom optimaal behouden blijven. Een slechte ondersteuning (zowel te zacht als te hard) doet de wervelkolom doorzakken, waardoor de druk op de tussenwervelschijven toeneemt. Bovendien leidt dit tot een algemeen oncomfortabel gevoel (druk op de huid en beenderen), waardoor de slaper zich veelvuldig zal bewegen om een aangenamere slaaphouding aan te nemen.

 

Een ergonomisch verantwoord slaapsysteem zorgt voor een optimale conformiteit bij elk lichaam. Vooral ter hoogte van de schouders (waar we breder zijn) en ter hoogte van het bekken (waar we zwaarder zijn) dient uw slaapsysteem zich perfect aan te passen aan uw lichaamsvormen.

Inleiding

Volg ons

Het is aangewezen om bij advies over rugklachten de werking en het uitzicht van de rug te begrijpen. Daarom volgt op de volgende pagina's een korte les anatomie.

De wervelkolom

Volg ons

De wervelkolom is een juweel van biologische bouwkunst die de rug stevigheid en beweeglijkheid geeft. Dankzij de wervelkolom zakken we niet als een lappenpop in mekaar. De wervelkolom houdt ons recht en ondersteunt het lichaam in zijn verschillende houdingen. Daarnaast moet de rug het lichaam toelaten om bewegingen uit te voeren, zonder dat de rug mechanisch te zwaar belast wordt.

 

De wervelkolom bestaat uit 24 botstukken die in zijzicht als een dubbele S-vormige kromming op elkaar staan. Deze wervels zijn met elkaar verbonden en vormen zo een functionele eenheid. Zo bezitten we allen zeven halswervels, twaalf borstwervels en vijf lendenwervels.

 

De halswervels

De zeven halswervels zijn de kleinste wervels en dienen enkel het gewicht van het hoofd te dragen. De aansluiting met het hoofd is heel beweeglijk zodat deze wervel, de atlas genaamd, een iets ander uitzicht vertoont.

 

De borstwervels

Aan de twaalf borstwervels zitten twaalf paar ribben vast die aan de voorzijde samen komen op het borstbeen. Zo wordt de borstkas gevormd. Aan de rugzijde van de borstkas bevinden zich de twee schouderbladen die gewricht maken met de bovenarm en enkel door spierweefsel verbonden zijn met de borstkas.

 

De lendenwervels

De lumbale of lendenwervelkolom wordt gevormd door de onderste vijf lendenwervels. Het zijn de grootste wervels die het grootste gedeelte van het lichaamsgewicht dragen.

 

De onderste lendenwervel maakt een gewricht met het heiligbeen, dat bestaat uit vijf vergroeide heiligbeenwervels. Het heiligbeen is door middel van de sacro-iliacale gewrichten verbonden met het bekken. Tenslotte bevindt zich onder het heiligbeen het staartbeentje.

 

Krommingen

De wervelkolom heeft een natuurlijke kromming in zijaanzicht. Zo spreken we van:

 

  • een cervicale lordose voor de nekwervels die naar voor gekromd zijn,
  • een thoracale kyfose voor de achterwaartse kromming van de borstwervels,
  • een lumbale lordose voor de voorwaartse kromming van de lendenwervels,
  • een sacrale kyfose voor de achterwaartse kromming van het heiligbeen.

 

Als de lumbale kromming te groot is spreken we van een hyperlordose, welke aanleiding kan geven tot rugklachten.

De wervels

Volg ons

De bouwstenen van de wervelkolom zijn de wervels. Iedere wervel heeft enkele specifieke eigenschappen. Op figuur 2 zien we dat de wervel is opgebouwd uit een wervellichaam (1)(aan de voorzijde), het ruggenmergkanaal (2), een wervelboog (3) met verschillende uitsteeksels (aan de achterzijde): het doornuitsteeksel (4), de facetgewrichten (5) en de dwarsuitsteeksels (6). Indien alle wervels op elkaar staan vormen de wervelbogen een benig kanaal waardoor het kwetsbare ruggenmerg loopt.

 

Het ruggenmerg 

Het ruggenmerg is een deel van het centraal zenuwstelsel dat alle informatie van en naar de hersenen stuurt. De zenuwen die paarsgewijze vanuit het ruggenmerg ontspringen, verlaten het ruggenmerg via het tussenwervelgat. Zo wordt de informatie van de hersenen, niveau per niveau naar de lager gelegen delen geleid. De zenuwwortels vertakken zich verder in kleine zenuwen die zich verspreiden over het gehele lichaam.

 

De wervels worden onderling aan elkaar gehouden door de spieren en ligamenten, zodat de ruggengraat kan gezien worden als een soepele mast. Er zijn bewegingen in voor- achterwaartse richting, links - rechts en rotaties of samengestelde torsiebewegingen. Zo is de wervelkolom een zeer stevige, doch niet stijve as, die buig- en draaibewegingen toelaat.

De tussenwervelschijven

Volg ons

Tussen twee wervellichamen bevindt zich een vervormbare tussenwervelschijf of anders genoemd een discus intervertebralis. Deze verhindert dat de wervels op elkaar zouden duwen of stoten. De functie kan best vergeleken worden met die van een schokdemper. Ze vangt de schokken op die we ondergaan bij lopen, springen en andere bewegingen.

 

Een tussenwervel bestaat uit een ring (annulus fibrosus) en een weke kern (nucleus pulposus). De tussenwervelschijf bestaat uit kraakbeen, bindweefsel en voor 80% uit water. De bindweefselringen zorgen ervoor dat de kern op zijn plaats blijft. Als we later spreken van een hernia zullen we hiermee nog nader kennis maken.

 

De stofwisseling

De stofwisseling van de discus intervertebralis werkt als een soort sponssysteem. Het weefsel van de discus is niet voorzien van bloedvaten, doch gebeurt op een speciale manier. Bij verhoogde druk wordt het vocht uitgeperst. Vanaf het ogenblik dat de druk vermindert, bv. als we gaan liggen, zuigt de tussenwervelschijf zich vol met voedingsstoffen vanuit de omgeving. Zo verhoogt het de veerkracht van de tussenwervelschijf en verklaart het waarom we ‘s morgens na een ontspannen nachtrust tot 1,5 cm langer zijn dan ‘s avonds.

 

Dit sponseffect vermindert met het ouder worden: de veerkracht van de tussenwervelschijf vermindert, de kern kan minder vocht opnemen en de wervellichamen komen korter op elkaar te staan.

 

Een goede raad om de degeneratie van de tussenwervelschijf tegen te gaan is daarom: ‘veel bewegen'. De discus krijgt immers zijn voeding door de wisselwerking tussen belasting en ontlasting. Een ontspannen nachtrust bevordert tevens de levensduurte van de tussenwervelschijf.

De spieren

Volg ons

De rugspieren staan grotendeels in voor de rechtopstaande houding van de wervelkolom. Ze helpen de ligamenten om de buigzame wervelkolom te stabiliseren. De rugspieren verbinden de hals, de borstkas, de wervelkolom, de schouderbladen en het bekken met elkaar.

 

Er zijn verschillende typische rugspieren. Zo zullen de korte rugspieren van de ene naar de andere wervel lopen. Ze worden overspannen door de lange rugspieren. Deze spieren zorgen ervoor dat we de beweging van de rug onder controle kunnen houden. Daarnaast zijn er nog de grote rugspieren die, samen met de buik- en bilspieren, instaan voor de stabiliteit en beweging van het bekken en de wervelzuil.

 

Hypertonie, een te hoge spierspanning, kan er voor zorgen dat de wervelkolom foutief belast wordt en dat de natuurlijke fysiologische krommingen van de ruggengraat verminderen of vermeerderen. Het lichaam geraakt uit evenwicht en de spieren worden overbelast. Foutieve houdingen liggen aan de basis van hypertonie.

Het wervelsegment

Volg ons

De wervelkolom bestaat uit verscheidene wervels die samen een geheel vormen tussen hoofd en staartbeen. Eén bewegingsschakel van de rug wordt een functionele eenheid of segment genoemd.

 

Het omvat:

  • twee wervels met tussenliggende tussenwervelschijf
  • de gewrichtsbanden of ligamenten
  • een paar zenuwwortels
  • de korte dieper gelegen rugspieren

 

De wervels zijn aan de buikzijde over de gehele lengte aan elkaar verbonden door een sterke gewrichtsband. Deze beschermt de wervelkolom tegen extreme bewegingen naar achter. Ook aan de achterzijde van de wervels loopt een ligament, doch minder sterk dan het voorste ligament. Onderling zorgen ook de facetgewrichten voor een verbinding tussen de onderlinge wervels. Gewrichtsbanden stabiliseren de gewrichten. Ze zijn sterk bezenuwd en kunnen de bron zijn van plaatselijke en uitstralende pijnen.

 

Vanuit het ruggenmerg ontspringt aan iedere zijde een zenuwwortel die de informatie van het centraal zenuwstelsel, de hersenen, overbrengt naar het lichaam en omgekeerd. Deze zenuwwortels verlaten de wervelkolom langs de tussenwervelgaten.

 

De spieren bewegen en stabiliseren de wervelkolom en hechten zich vast aan de uitsteeksels van de wervelboog.

Inleiding

Delen

Ongetwijfeld zal iedereen wel ooit in zijn leven rugpijn ervaren. De frequentie en ernst hiervan verschillen individueel in sterke mate. Nochtans is het niet eenvoudig om de oorzaak van rugklachten te achterhalen. De meeste rugklachten vinden hun oorzaak in een mechanische overbelasting: foutieve houdingen, te zwaar tillen, slechte conditie, enz. Daarnaast bestaan er ook psychosomatische rugklachten, waarbij de oorzaak te zoeken is in de psychische belasting en haar invloed op het lichaam. Het is belangrijk om tijdens de behandeling van rugklachten hier een onderscheid te maken. Doch beiden hebben invloed op het wervelsegment en de beleving van de rug in het algemeen. In die mate vormen rugklachten een socio-economisch probleem door ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en langdurige invaliditeit.

 

Nochtans zijn er rond rugklachten veel meningsverschillen omtrent de oorzaken. Komt die pijn nu van de kleine tussenwervelgewrichtjes, de zogenaamde facetgewrichten, of vindt het zijn oorzaak in een foutieve werking van de discus, spieren of ligamenten. Eén punt staat onomstotelijk vast: er is pijn. Uitermate belangrijk zijn dan lichaamshoudingen en zal een goede nachtrust op een ergonomisch bed veel bijdragen in een juiste beleving van de rug.

 

Toch mogen we stellen dat bij mechanische rugpijn de tussenwervelschijf in 80% van de klachten de oorzaak is. De facetgewrichten en gewrichtsbanden zijn verantwoordelijk voor de andere 20%. Hierbij moeten we bedenken dat juist de ligamenten rijker voorzien zijn van pijnreceptoren dan de tussenwervelschijf en zullen daarom sneller tot rugklachten leiden.

 

Het is natuurlijk ook mogelijk dat de rugpijn een gevolg is van een ziekte elders in het lichaam. Zo kunnen gynaecologische stoornissen, nierklachten of tumoren ook verantwoordelijk zijn voor lage rugpijn. Een juiste diagnose moet hierbij een uitsluitsel geven.

Algemeen

Delen

Een van de belangrijkste oorzaken in het ontstaan van lage rugpijn is waarschijnlijk een foutief gebruik van die rug. Dagelijkse activiteiten zoals tillen, heffen en langdurig zitten op een slechte stoel of een verkeerde lighouding zullen een oorzaak vormen voor aspecifieke rugpijn. Onder aspecifieke rugpijn verstaan we rugklachten die vaak terugkomen en afhankelijk zijn van de activiteiten van de ruglijder. Ze komen vaak voor bij mensen met een zittend of staand beroep (bandwerkers, secretaressen, vrachtwagenbestuurders, onderwijzend personeel).

 

Bij deze klachten is het soms moeilijk te achterhalen waar die rugpijn nu juist vandaan komt. Eén feit is zeker: er schort iets aan één of meerdere rugsegmenten. Belangrijk hierbij kan de intradiscale druk zijn. De Zweedse onderzoeker Nachemson heeft bij proefpersonen de druk gemeten ter hoogte van de derde lumbale tussenwervelschijf. Opmerkelijk waren de resultaten. In een rechtopstaande houding stellen we dat de druk 100% is. Deze druk vermeerdert tijdens het zitten en tillen van voorwerpen. Verder bleek dat er steeds een zekere hoeveelheid intradiscale druk aanwezig is, ongeacht welke houding.

 

Een ongeval kan een primaire oorzaak van rugpijn zijn. Het zijn niet alleen de zware ongevallen die ernstige schade opleveren. Herhaaldelijke microtraumata kunnen ook leiden naar zware rugpijnen. Zich onverwachts aan een stoepje verstappen kan voldoende zijn om rugpijn te doen ontstaan. Onjuiste oefentherapie en fitness onder slechte begeleiding kunnen ook bijdragen tot rugklachten.

Algemeen

Delen

Rugklachten kunnen hun oorzaak vinden in specifieke aandoeningen van de rug. Voorbeelden hierbij zijn de ziekte van Bechterew (kenmerkend is de geleidelijke verstijving van de wervelkolom), osteoporose (botontkalking), de ziekte van Scheuermann (een groeistoornis in meerdere wervels), een zware scoliose (zijdelingse kromming, soms gepaard gaande met rotatie van de wervelzuil).

 

Doch de hierboven beschreven aandoeningen zijn een minderheid in de oorzaken van mechanische rugpijn. Eigenlijk is bij de meeste rugpatiënten op medische beelden niet veel te merken, doch de ernst en frequentie van de pijn zijn hoog. In medische kringen noemt men dit de aspecifieke rugklachten. Zij vertegenwoordigen 90% van rugproblematiek. De aspecifieke rugklachten vinden hun oorsprong in een foutief gebruik van de rug. Verkeerde houdingen en bewegingen, het onjuist tillen van zware voorwerpen, verhogen de druk in de kern van de tussenwervelschijf. Hierdoor ontstaan discogene aandoeningen.

 

Deze discogene aandoeningen van de lage rug zijn niet alleen het gevolg van slijtage van de tussenwervelschijven. We kunnen ze onderverdelen in twee grote categorieën: de primaire discogene aandoeningen (PDA) en de secundaire discogene aandoeningen (SDA).

 

De primaire discogene aandoeningen

De primaire discogene aandoeningen ontstaan door een mechanische overbelasting van de bindweefselring. Meestal uit zich dit in een scheur of distorsie aan de achterzijde van de discus, veroorzaakt door een plotse of langdurige flexie-rotatie van de rug. De klachten worden uitgelokt door activiteiten zoals voorovergebogen houdingen, slecht liggen en zitten waarbij onvoldoende lumbale steun aanwezig is. Zitten is vaak pijnlijker dan rechtop lopen. De patiënten zijn meestal jonger dan 45 jaar en op röntgenbeelden zijn er vaak geen veranderingen waarneembaar.

 

Deze flexie-belasting gaat gepaard met een verhoogde rek op de bindweefselringen en een verhoogde druk in de kern van de tussenwervelschijf. De achterzijde van de bindweefselring ondergaat een rek en de voorzijde van de ring ondergaat een compressie met verhoging van de druk. De kern ondergaat deze druk, verschuift rugwaarts en drukt op de achterste bindweefselringen die daardoor kunnen inscheuren. Gevolgen hierbij zijn een verstoring van de statiek in het wervelsegment en een verandering van druk op de facetgewrichten en gewrichtsbanden. Daar deze structuren rijkelijk bezenuwd zijn kan dit leiden tot hevige lokale pijnen.

 

De secundaire discogene aandoeningen

De secundaire discogene aandoeningen (SDA) zijn een gevolg van vroegere letsels (PDA) van de tussenwervelschijf. Een inscheuring veroorzaakt een litteken wat in de toekomst een zwakke plek betekent. Herhaaldelijke bindweefselringbeschadigingen verstoren de gehele functie van het wervelsegment: degeneratie van de tussenwervelschijf, verhoogde belasting van de facetgewrichten, artrose van de gewrichtsvlakken...

 

Uitlokkende factor bij secundaire discogene aandoeningen zijn vooral achterovergebogen houdingen, dit in tegenstelling tot de primaire discogene aandoeningen. Tijdens de extensie belasting verhoogt de druk op de facetgewrichten en dat heeft gewrichtskapselpijn of facetpijn tot gevolg.

 

De primaire en secundaire discogene aandoeningen zijn niet steeds even duidelijk van elkaar te scheiden. Het zijn extremen, en ze verlopen na een tijd in elkaar over. Gevolgen van dit discogeen lijden worden verduidelijkt in de hieronder beschreven rugaandoeningen.

Lumbago

Delen

Lumbago of spit is een plots optredende pijn in de lendenstreek. De pijn straalt zich niet uit, doch blijft gelokaliseerd in de lage rug. Het is haast onmogelijk om nog rechtop te staan. De oorzaak ligt in een overbelasting van de wervelkolom, bv. slecht tillen of zitten. De pijn schiet als het ware in de rug en daardoor spreken we in de volksmond van ‘het verschot'.

 

Lumbago geneest vrij snel door rust en ontspanning van de lendenspieren. Doch er is een grote kans op recidieven. Er moet de patiënt op gewezen worden om iets te doen aan de oorzaak van het probleem. Onderzoeken hebben immers uitgewezen dat 55% van de personen die ooit een bindweefselringbeschadiging hebben opgelopen, de kans lopen om binnen de 5 jaar ischias te krijgen. Rugschool is een goed hulpmiddel om dit te vermijden.

Discusprotrusie

Delen

Indien er herhaaldelijk belasting optreedt aan de bindweefselringen heeft de kern de neiging om zich rugwaarts te verplaatsen en eventueel door te scheuren. Alleen de buitenste vezels van de bindweefselring verhinderen dat de kern zich een weg naar buiten baant. Dit wordt in de medische literatuur discusprotrusie genoemd.

 

De protrusie heeft tot gevolg dat er irritatie optreedt van de zenuwwortels en gewrichtsbanden. De tussenwervelschijf verplaatst zich rugwaarts en drukt op deze weefsels. Pijnklachten ontstaan door deze voortdurende druk, doch de pijn beperkt zich niet alleen ter plaatse, maar kan ook uitstralen naar de bilstreek of vaag naar de onderbenen.

Hernia

Delen

Als de buitenste vezels van de bindweefselring ook inscheuren, puilt de wekere kern naar buiten. We spreken dan van een hernia of een discusprolaps. Een lumbale hernia ontstaat in 50% van de gevallen op het niveau L5-S1 en in 40% op niveau L4-L5. De uitstulpende massa gaat drukken op de omliggende weefsels. Indien dit gebeurt op de ligamenten, beenvlies, tussenwervelgewrichten of zenuwvlies (dura mater) spreken we van een pseudoradiculaire pijn. Vaak zijn het patiënten die ‘s morgens klachten vertonen van stijfheid en pijn, doch de klachten verminderen in de loop van de dag.

 

Radiculaire pijn is typisch voor de druk die de hernia veroorzaakt op een zenuwwortel. De druk kan plaatselijk een ontsteking veroorzaken, maar ook op het verloop van de zenuwwortel zijn invloed hebben. De pijn kenmerkt zich door zijn scherpe en specifieke plaatsen. Vaak is er meer pijn in het been dan in de rug. De pijn verergert door hoesten, niezen en duwen en zal intenser zijn bij zitten dan in stand.

Ischias

Delen

Ischias of geknelde zenuw wordt veroorzaakt door druk van de hernia op een zenuwwortel. Het is een radiculaire pijn die op die plek een ontsteking of irritatie veroorzaakt met een hevige, uitstralende pijn in de rug, de bil, zelfs tot soms het gehele been tot in de voet. Door de specifieke lokalisatie van de pijn kan men nagaan op welk niveau van de wervelkolom er een letsel voorkomt. De pijn verloopt over de zenuwtakken van nerveus ischiadicus, de grote zenuwbaan voor het been.

 

Ischias kan tot gevolg hebben dat de spierkracht van het been vermindert en dat er gevoelsstoornissen optreden.

Facetpijn en degeneratie van de tussenwervelschijf

Delen

Door herhaaldelijke letsels en de veroudering van de tussenwervelschijf vermindert de elasticiteit van de discus. Er wordt minder vocht opgenomen en de hoogte tussen twee wervels vermindert. Dit is duidelijk zichtbaar op röntgenfoto's. Deze slijtage zal het snelst optreden in de tussenwervelruimtes die de meeste belasting ondergaan. Begrijpelijk is dat de lumbale wervels hiervoor gevoeliger zijn. De zenuwwortels kunnen onder druk komen te staan met uitstralende pijnen als gevolg.

 

Als gevolg van deze tussenwervelschijfdegeneratie zullen ook de achterste facetgewricbten meer belast worden. Bij verhoging van druk op de gewrichtsstructuren kan er pijn ontstaan: facetpijn of gewrichtskapselpijn genoemd. Deze klachten komen eerder voor bij oudere personen. Extensieposities van de rug dienen vermeden te worden.

Artrose

Delen

In verloop van tijd zal door het verouderingsproces botaanwas ontstaan op de gewrichtsvlakken: verkalking en osteofytvorming (botwoekering). Het is een degeneratie van de gewrichten en is onomkeerbaar. Hierbij helpt enkel een ondersteunende therapie en nabehandeling.


Begrijpelijk is dat een artrosepatiënt zeer geholpen is met een ergonomische lighouding om de druk op de gewrichtsvlakken te verminderen. Een elektronisch verstelbare lattenbodem is voor deze mensen echt een verlichting. Het bed wordt immers vaak gebruikt om te rusten, in verschillende houdingen met goede ruggesteun.

Algemeen

Delen

Rugklachten ontstaan niet enkel door mechanische overbelasting. Stress of depressies kunnen invloed hebben op het spierstelsel en een hypertonie veroorzaken. Gevolgen hierbij zijn migraine, rug- en nekklachten, maagpijnen, hyperventilatie...

 

De rugspieren kunnen zich door de voortdurende chronische hypertonie niet meer ontspannen en zullen op den duur pijn veroorzaken. Bij psychosomatische rugpijn hoort daarom een aangepaste therapie: relaxatietherapie, eventueel ondersteund door spierontspannende geneesmiddelen en tranquillizers. Belangrijk in de benadering van psychosomatische rugpijnen is de ontspanning en rust die mogelijk kan gevonden worden in een aangenaam en comfortabel bed. Het bed wordt ook gebruikt om overdag te rusten.

 

Voor depressieve personen is een ‘warme' en ‘uitnodigende' slaapkamer bevorderlijk voor het herstellingsproces. Een kenmerk van depressie zijn doorslaapmoeilijkheden. Het is dus aan te raden om de slaapkamer zo aangenaam mogelijk te maken, bevrijd van vroegere emoties en problemen.

Inleiding

Delen

Zoals we reeds in het voorgaande hoofdstuk aangaven kunnen rugklachten ontstaan ten gevolge van mechanische of psychische belasting. Soms is het ook een combinatie van beiden. Anderzijds is de pijnbeleving individueel en subjectief.

 

Pijn wordt veroorzaakt door een abnormale toestand in het lichaam. Via onze zenuwbanen wordt die pijnervaring van de perifere plaats gezonden naar het centraal zenuwstelsel in de hersenen. Hier wordt die ervaring subjectief geïnterpreteerd en zal het individu reageren op zijn eigen specifieke manier.

 

Pijn is een alarmfunctie van het lichaam en geeft aan dat er ergens een of andere stoornis aanwezig is. Zo zal de reactie bij lumbalgie een dwanghouding zijn waarin we zo weinig mogelijk bewegen. Belangrijk bij rugpijn is dat we het lichaam trainen en ondersteunen om zo de controle over dit lichaam te verhogen. Rugschool en ergonomie zijn hierbij belangrijke pijlers en geven de mens een verantwoordelijkheidsgevoel voor zijn eigen lichaam. In dit hoofdstuk willen we ingaan op de invloed van lichaamshoudingen op het ontstaan van mechanische rugaandoeningen. Zo zullen we in het kort de drie basishoudingen, namelijk liggen, staan en zitten bespreken en de invloed van tillen en heffen op het lichaam.

Algemeen

Delen

Rust is een belangrijke parameter in de benadering van rugklachten. Het vermindert de druk in de tussenwervelschijf en zorgt voor een tonusdaling in de spieren. Zo kan de discuskern via het sponssysteem terug vocht opnemen en herstellen in zijn functie als schokbreker.

 

Liggen is een houding die we gedurende ongeveer een derde van ons leven aannemen. Daarom is ook het belang van een goed bed onontbeerlijk: een verantwoord bed met goede bodem en matras zorgen ervoor dat we een goede slaaphouding aannemen. Ochtendlijke rugpijn of stijfheid kan wijzen op een verkeerde slaaphouding of dito slaapsysteem. Een goede slaaphouding respecteert de normale fysiologische kromming van het lichaam.

 

Iedere persoon heeft zijn favoriete slaaphouding die hij/zij zal aan nemen om in te slapen. Doch van zodra de slaap zijn intrede heeft gedaan veranderen we voortdurend van houding omdat de slaapmotoriek geheel onwillekeurig wordt gestuurd. Gestresseerde personen slapen onrustiger en woelen vaak veel tijdens hun slaap. Onderzoeken tonen aan dat een persoon gemiddeld twintig tot veertig maal van houding wisselt. Belangrijk voor de rug is dat de onderlaag en matrasdrager deze veranderingen op een zo optimaal mogelijke wijze opvangen. Flexibiliteit en individualiteit zijn basispijlers die de kwaliteit van een bed bepalen.

Slapen in zijlig

Delen

Zijlig is de meest gebruikte slaaphouding. De ruggengraat is in zijlig steeds een horizontale lijn. De druk op de tussenwervelschijven is minimaal en de doorbloeding van de omliggende weefsels optimaal. Zorg er steeds voor dat de lenden goed ondersteund worden door de onderlaag. Vermijd dat de lumbale wervelzuil doorbuigt naar beneden. Een goed orthopedisch hoofdkussen ondersteunt de nekwervels zodat die in zijlig ook recht blijft.

 

Indien de beide knieën worden opgetrokken is de zijlig een zeer stabiele houding. Het geeft ook een gevoel van geborgenheid, vergelijk het met de foetushouding in de baarmoeder. Toch mag men de knieën niet te sterk optrekken, omdat de lumbale lordose op die wijze vermindert.

 

Een bijkomend kussen tussen de knieën verhoogd het comfort voor de benen en verminderd de spanningen in de bekkenregio. Zijlig met daarbij het bovenste been gestrekt en het onderste bogen wordt door vele slapers als heel aangenaam ervaren.

 

Te voorkomen is een zijlig waarbij er een rotatie is tussen bekken en schoudergordel. Men kan dit best vergelijken met de torsiekrachten als we een dweil uitwringen. Het verhoogt de ingscomponent ter hoogte van de bindweefselringen. Vermijd ook te slapen op de zij met de onderliggende arm achter de rug. Arm en schouderklachten kunnen hier gevolgen van zijn.

 

Mensen met rugpijn aan een bepaalde zijde slapen best op de niet-pijnlijke zijde, waarbij het bovenliggend been opgetrokken wordt. Vermijd rotaties in de rug door een kussen te plaatsen onder de bovenliggende knie. Het is een goede inslaaphouding voor mensen na een herniaoperatie.

Slapen in ruglig

Delen

Ruglig is de houding met de minste druk in de tussenwervelschijven. Daarbij wordt het lichaamsgewicht over het grootst mogelijk oppervlak verspreid en dat zorgt ervoor dat de houding zeer stabiel is. Bij ruglig is het aan te raden om de nekwervels te ondersteunen met een orthopedisch kussen. Een groot nadeel van ruglig is dat snurken vaker optreedt.

 

Met een kussen onder de knieën daalt de druk ter hoogte van de tussenwervelschijf nog meer. Zeker bij mensen met een uitgeholde lenden moet er een dik kussen geplaatst worden of het bed ter hoogte van de knieën inclineren. Vermijd te slapen met de handen boven het hoofd. Dit veroorzaakt een lumbale hyperlordose.

 

Tijdens acute rugpijn is het aan te raden de psoas-houding aan te nemen. Hierbij zijn de knieën en heupen 90° gebogen. Zo is de psoas-spier in een ontspannen houding en vermindert ze de druk op de lendenwervels. Deze houding is te gebruiken bij aanvallen van acute rugpijn.

Slapen in buiklig

Delen

Slapen in buiklig veroorzaakt een hyperlordose van de lendenwervels en is daarom een houding die door alle artsen wordt afgeraden. Kenmerkend bij buikslapers is de ochtendlijke pijnen ten gevolge van de overbelasting van de facetgewrichten. Daarbij moet het hoofd omwille van de ademhaling naar één bepaalde zijde worden gedraaid, wat dan aan de nekwervels een verhoogde rotatie geeft.

 

Bij nek- en rugklachten moet men trachten het buikslapen af te leren. Indien we toch willen volharden in deze houding houden we best rekening met enkele tips:

 

  1. slaap in buiklig zonder kussen
  2. plaats een kussen onder de lage buik en bekken: dit vermindert de lordose
  3. trek de knie aan de zijde waarna het hoofd gedraaid is op, dit vermindert de lordose

Opstaan vanuit lig

Delen

De juiste manier om vanuit lig naar stand te komen is belangrijk voor elke patiënt. Vele mensen hebben de neiging om vanuit lig eerst in langzit te komen door de benen te laten liggen en de romp voorwaarts te brengen. Beter is om vanuit zij lig de beide onderbenen over de rand van het bed te plaatsen. Daarna drukt men zich met de handen tot in een zithouding op de rand van het bed. Plaats vervolgens beide voeten tegen de bedrand en duw op beide armen af om zo tot stand te komen.

 

Aan te raden is bij rugpatiënten om een hoog bed te gebruiken. Dit vereenvoudigt het rechtkomen van uit zithouding. Blijf even zitten op de rand van het bed alvorens recht te staan. Doe vanuit die houding enkele eenvoudige bewegingen om de rug soepel en los te maken.

Algemeen

Delen

Een rechtstaande houding komt in het dagelijkse leven heel frequent voor. Bij een goede opstaande houding is er geen vervorming van de tussenwervelschijf. De belasting wordt gelijkmatig verdeeld over de gehele discusoppervlakte. Belangrijk voor een goede houding zijn de buik-, bil-, rug- en beenspieren. Ze dienen over voldoende kracht en lenigheid te beschikken. Een goed samenspel tussen de verschillende spieren laat toe een juiste houding te bewaren.

 

In staande houding moet best rekening houden moet volgende punten:

  1. lang rechtstaan verhoogt de lendenlordose
  2. vermijd voorovergebogen houdingen
  3. draag geen schoenen met hoge hakken
  4. vermijd te werken boven schouderhoogte
  5. vermijd draaiende bewegingen
  6. gebruik uw benen in plaats van uw rug
  7. plaats u op een knie om laag bij de grond te werken

Algemeen

Delen

Zitten is slechter voor de rug dan rechtstaan. Hoe onwaarschijnlijk ook, de druk ter hoogte van de tussenwervelschijf verhoogt tijdens het zitten tot 140%. Nochtans is zitten voor vele mensen een veel gebruikte houding: secretaressen, chauffeurs, managers...

 

In zit hebben we altijd de neiging om het bekken nog meer naar achter te kantelen. Dit wordt versterkt door het feit dat veel zitmeubelen een naar achter aflopend zitting hebben. Daardoor wordt de lendenwervelkolom bolvormig (kyfose). Deze houding verhoogt dan nog extra de intradiscale druk. De zithouding heeft dezelfde risico's als de voorovergebogen houding tijdens het rechtstaan.

 

Voor een goede zithouding neemt u best volgende regels in acht:

  1. houd de rug actief gestrekt en de schouders iets naar achter
  2. zorg voor een goede lendensteun
  3. gebruik aanpasbare armsteunen bij langdurig bureauwerk
  4. ‘open hoek'-zitten verbetert de zithouding: bv. de Zweedse stoelen
  5. blijf nooit te lang in dezelfde positie zitten, verander regelmatig van houding

Algemeen

Delen

Doordat we rechtop staan hebben we de neiging en de behoefte om veelvuldig te bukken. Veelal gebeurt dit op een verkeerde manier: buigen in de rug met gestrekte benen. Dit is een van de meest voorkomende oorzaken van lage rugpijn. Door te bukken en tillen vanuit gestrekte benen worden de lendenwervels bolvormig gebogen (kyfose). De drukkrachten in de kern van de tussenwervelschijf verhogen in grote mate en de kern vertoont de neiging om zich naar achter toe te verplaatsen. Dit verhoogt de druk op de achterste bindweefselbanden van de ring. Vaak gaat die beweging gepaard met draaibewegingen van de romp. Deze wringkrachten vormen een echte bedreiging voor de rug.

 

Een andere belangrijke factor bij het heffen van voorwerpen is de afstand van de romp met het te tillen voorwerp. Men kan dit best vergelijken met het principe van de hijskraan. De spierkracht die we nodig hebben om een voorwerp te heffen is vergelijkbaar met het grote tegengewicht van de hijskraan. Dit zorgt voor een enorme drukverhoging in de ruggengraat met een grote kans op intradiscale letsels.

 

Tips 

Hou rekening met de hierna opgesomde tips. In het begin moeten we de handelingen heel bewust uitvoeren, maar na verloop van tijd wordt het een automatisme.

  1. til nooit met gebogen rug en gestrekte benen
  2. til nooit indien u moe bent
  3. draag een voorwerp zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het lichaam: ter hoogte van de onderbuik
  4. buig uw benen en heupen en sta zo dicht mogelijk bij het voorwerp dat u zal optillen: omkader de last
  5. gebruik uw benen en voeten om een voorwerp te verplaatsen, vermijd draaibewegingen in de rug
  6. til nooit te zwaar en las rustpauzes in
  7. hou uw rug recht tijdens het tillen
  8. respecteer de natuurlijke fysiologische houding van de ruggengraat
  9. draag zo weinig mogelijk aan een zijde
  10. vermijd zware boekentassen, schoudertassen en vraag desnoods hulp om de last samen te verplaatsen

Inleiding

Volg ons

In de behandeling van lage rugklachten staat de bedrust centraal. Ondanks alle mogelijke therapieën is het onontbeerlijk dat een rugpatiënt veel rust. Hieraan moet men koppelen dat die rust de normale fysiologische krommingen respecteert. Een goede bedrust vermindert de druk op de tussenwervelschijven en de omliggende ligamenten. De spierspanning daalt recht evenredig met de duur van de bedrust. Men moet wel altijd de bovenvermelde voorwaarden voor een goed slaapsysteem respecteren.

 

Indien de rugklachten acuut zijn kan het aangewezen zijn om overdag te rusten in bed. Hierbij stelt men dat vier uren rust een minimum zijn. In overleg met de behandelende arts of kinesitherapeut/fysiotherapeut kan de houding aangepast worden in functie van de rugaandoening.

 

In en uit het bed stappen gebeurt op een zodanige manier dat de lage rug zich ‘en bloc' verplaatst. Hierbij vertrekken we steeds vanuit zijlig, trekken de knieën op, strekken de benen over de rand van het bed en drukken gelijktijdig de romp opwaarts door op de armen te steunen. Zo bekomen we een zithouding op de rand van het bed. Vermijd draaibewegingen in de rug. Een heel slechte manier van opstaan is: recht komen vanuit ruglig door de romp op te richten met gestrekte benen.

 

Het kan voor rugpatiënten erg nuttig zijn, zich een hoog bed aan te schaffen. Bedden van 55 à 60 cm zijn eenvoudiger om vanuit zit recht te komen. Tevens zal het opmaken van het bed eenvoudiger zijn.

Inleiding

Delen

Liggen heeft een invloed op het verminderen van de mechanische rugklachten. De krachten die gedurende een ganse dag inspelen op de wervelkolom vermoeien de rugspieren. Daarom is een ontspannen nachtrust enorm belangrijk voor de fysische zowel als de psychische recuperatie.

Algemeen

Delen

Slapen is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend. Voor velen is slapen heel eenvoudig. Ze gaan met een gerust gemoed naar hun slaapkamer en verheugen zich reeds op een aangename nachtrust. Na enkele minuten vallen ze in een diepe slaap en is het nog enkel de wekker die hen ‘s morgens hierin komt storen. Fris en goedgeluimd springen ze uit hun bed en vatten met veel genoegen hun dagtaak aan.

 

Spijtig genoeg is dit scenario niet voor iedereen weggelegd en wordt slapen niet door iedereen als aangenaam ervaren. Het is het voor velen onder ons een echte opdracht om toch maar voldoende uren slaap te krijgen. Zowel acute als chronische rugpijnen kunnen het in- en doorslapen verstoren. Slapeloosheid is voor sommigen een marteling waarbij zij gedurende de nacht, die rust en stilte moet brengen, liggen te woelen in hun bed en onmogelijk in slaap kunnen vallen. Na veel piekeren en in de wetenschap dat de volgende dag weer een rotdag zal zijn door het slaaptekort, vallen ze tegen de ochtend uiteindelijk toch in slaap en geraken ‘s morgens amper uit hun bed en voelen zich veel te moe om goed te kunnen functioneren.

Wat is een gezonde slaap?

Delen

We staan er niet bij stil, want we gaan ‘s avonds slapen en we worden na ongeveer 8 uren weer wakker. Het lijkt op een grote passieve periode waarin we niets doen. Gemiddeld slapen we ongeveer een derde van ons leven. Als kind zijn dat per etmaal meerdere uren en naarmate we ouder worden vermindert dit.

 

Slapen is eigenlijk zoiets als eten en drinken, of ontspannen en spannen, of zoals seksualiteit. Het is ook een lichamelijke behoefte waarover we in feite niet hoeven na te denken. We stellen ons toch ook niet de vraag ‘hebben we nu honger of niet?'. We moeten toch niet nadenken over het gevoel ‘zijn we nu moe of niet'. Vermoeidheid biedt zich aan en we kunnen hierop ingaan door te slapen of niet.

De slaapfasen

Delen

De laatste veertig jaar zijn er veel onderzoeken gedaan rond slapen en slaapstoornissen. Slaap is niet slechts een onveranderlijke toestand van bewusteloosheid. Er zijn verschillende fasen die we gedurende de nacht doorlopen. Door middel van een E.E.G. (Electro-Encephalo-Gram) kan de elektrische activiteit van de hersenen gemeten worden. Deze activiteit verandert voortdurend gedurende de nacht. Uit dit onderzoek weten we dat de slaap in cycli verloopt. Tijdens een normale nachtrust van acht uur maken we een vijftal van die cycli door. Daarnaast is elke cyclus nog eens onderverdeeld in vier stadia, de slaapfasen, die telkens dieper worden. Deze fasen zijn een onderdeel van de Non-REM-slaap. Tussen twee cycli in komen we in een heel andere slaap terecht: de REM-slaap -Rapid Eye Movements-, genoemd naar een kenmerk van deze slaap, namelijk de snelle oogbewegingen.

 

Non-REM-slaap

Als we ontspannen in ons bed wachten totdat we in slaap vallen, evalueren we van een totaal wakkere toestand naar slaapfase 1. Deze overgangsfase duurt ongeveer een halve minuut tot 7 minuten. Onze geest dwaalt van de ene gedachte naar de andere, de ogen kunnen we nog moeilijk open houden en zonder dat we het merken zakken we dieper in slaap. Soms voelen we tijdens die fase een soort schok - een spiertrekking - wat enkel en alleen een teken is dat we ons ontspannen en klaar maken om te slapen. In deze fase worden we snel wakker en zullen we halsstarrig beweren dat we niet geslapen hebben.

 

Fase 2 is de eerste echte slaap, waarin er nog fragmenten van gedachten zijn en waarbij we van een geluid van middelmatige sterkte wakker worden. Na een tijdje zakken we dieper weg in fase 3 en 4, we zijn dan helemaal ontspannen. We worden enkel wakker van een heel hard geluid. Fase 4 is de diepste slaap en als we in deze fase worden wakker gemaakt, weten we vaak niet waar we zijn. Deze vier fasen worden de Non-REM-slaap genoemd. Het lichaam komt tot rust, het hart klopt langzamer, de ademhaling is regelmatig en we bewegen amper.

 

REM-slaap

Vreemd genoeg verblijven we niet tot tegen de ochtend in deze diepe slaap. Doch we evalueren terug van fase 4 naar fase 1 en beginnen aan de eerste REM-slaap. Deze slaap is een fase waarin snelle oogbewegingen voorkomen. Een groep reuzencellen in de hersenstam veroorzaken deze REM-slaap. De hersenstam is het oudste en meest primaire deel van ons zenuwstelsel. Gedurende een korte periode sturen de cellen impulsen naar de hersenen. Normaal geven enkel onze zintuigen signalen aan onze hersenen om te reageren op de omgeving waarin het lichaam zich bevindt. Maar de hersenen maken geen onderscheid tussen informatie komende van de hersenstam of van de zintuigen. In ons lichaam gebeurt er dan ook van alles: de ademhaling en de hartslag worden sneller en onregelmatiger, de bloeddruk stijgt en we woelen in bed. Dit is ook het moment waarop we dromen en er wordt aangenomen dat deze dromen een grote schoonmaak houden in ons psychisch- en gevoelsleven.

 

Na deze REM-slaap vangt een tweede cyclus aan en zakken we terug naar de diepe slaap van fase 4, waarna we weer naar de oppervlakte komen met een droomfase tijdens de REM-slaap. Per nacht doorlopen we zo gemiddeld vier tot zes cycli.

 

Het hierboven geschetste slaappatroon is dit van een ‘normale' jonge volwassene. Zo weten we dat er niet zoiets bestaat als een normale of gemiddelde mens en zijn er omtrent slapen en slaapstoornissen vele vragen. Waarom we in slaap vallen en het juiste mechanisme is nog steeds een raadsel. Ook het feit dat we na verloop van tijd wakker worden is nog altijd een onbegrepen procédé. Zo kan een moeder rustig slapen langs een drukke snelweg, maar onmiddellijk gewekt worden door het minste geluid van haar baby. Zo is het ook opmerkzaam dat sommige mensen steeds op hetzelfde ogenblik ‘s morgens wakker worden, zonder dat hiervoor een wekker nodig is. Zo is er ook niet een enkel universeel slaappatroon waar iedere mens zich aan moet houden. Gelukkig is er zoiets als een individueel slaappatroon, zoals ook iedere mens uniek is.

Hoeveel uren moeten we slapen?

Delen

Iedereen heeft een persoonlijke behoefte aan slaap. Proberen minder te slapen is net zoals schoenen dragen die een maat te klein zijn. Het lukt wel, doch is verre van comfortabel. Het is een sprookje dat iedereen acht uren slaap nodig heeft. Onze slaapbehoefte hangt eerder af van de kwaliteit of efficiëntie van onze slaap. Zo zullen langslapers langere slaapcycli hebben dan kortslapers en zal de slaap van deze laatste geconcentreerder zijn.

 

Leeftijd

De hoeveelheid slaap is ook afhankelijk van onze leeftijd. Zo zal een pasgeboren baby ongeveer 17 tot 18 uur slapen gedurende een dag en vermindert dit snel in de kleutertijd tot nog maar 10 of 12 uur. Tijdens de puberteitsjaren is de hoeveelheid slaap verminderd tot 9 à 10 uur. Al zal de gemiddelde tiener u ervan proberen te overtuigen dat hij 12 uur slaap nodig heeft en daarom ‘s morgens niet uit zijn bed kan geraken. Een jonge volwassene heeft genoeg aan 6 à 9 uren slaap en een oudere persoon zal nog minder slapen. Zo zullen oudere mensen minder REM-slaap hebben en is er vrijwel geen fase 4 bij en zullen ze vaker wakker worden.

 

Persoonlijk

Naast het feit dat de leeftijd en slaapduur met elkaar verband hebben is ook het aantal uren slaap voor iedere persoon verschillend. Er zijn mensen die met 4 uur slaap voldoende uitgerust zijn en er zijn anderen die daarvoor weer meer dan 10 uur nodig hebben. Op figuur 18 zie je het aantal uren slaap die we nodig hebben. De meeste mensen, 40%, slapen ongeveer 8 uren.

 

Omstandigheden

We kunnen onze behoefte aan slaap niet afmeten aan iemand anders. Iemand die in goede conditie is zal minder slaap nodig hebben Zo zullen we bij grote bedrijvigheid ook minder slaap behoeven dan bij passiviteit. We weten toch ook dat we in de winter meer slapen dan in de zomer, omdat het zonlicht en de energie hieraan verbonden een stimulerende werking hebben op ons organisme.

 

Een van de zaken die u voor uzelf moet nagaan is uw eigen behoefte om te slapen. Hoort u bij de kort- of langslapers, ben je een leeuwerik of een nachtuil? Ons slaappatroon is heel individueel en berust voor een groot gedeelte op onze eigen behoeften en verlangens. Zo zullen gedreven en actieve personen ‘s morgens in het ochtendgloren steeds paraat staan om zeker niet te laat te komen. Anderzijds hebben diegenen die vaak te laat op hun afspraak zijn, ook wel eens het gevoel dat de dag steeds te kort is en daarom zullen ze steeds later gaan slapen om de dag te rekken. Natuurlijk zal deze hypothese niet voor iedereen geldig zijn, doch mogen we stellen dat er een duidelijk verband is tussen het karakter van iemand en zijn slaappatroon. Daarom is een slaappatroon steeds een individueel gegeven.

Inleiding

Delen

Nachtrust is een erg persoonlijke ervaring. Daarbij spelen zowel objectieve als subjectieve factoren een belangrijke rol. Zo zullen esthetiek, afwerking en comfort dienen te beantwoorden aan de persoonlijke eisen die de slaper stelt aan zijn bed.

 

Daarnaast zijn er verschillende basiseigenschappen, die algemeen erg belangrijk zijn bij de keuze van een slaapsysteem. Drie belangrijke eigenschappen zijn de conformiteit, de warmteverdeling en de afvoer van lichaamsvocht. In het belang van de lichaamshouding en rugklachten is het voornamelijk de conformiteit die ons interesseert.

Algemeen

Delen

Een slaapsysteem met een goede conformiteit geeft aan dat het bed zich aanpast aan alle lichaamsvormen, zodat de normale fysiologische bouw van het lichaam wordt gerespecteerd. Daarvoor moeten we rekening houden met de lichaamsbouw. Er zijn verschillende niveauverschillen in de omtrekken van het lichaam.

 

In zij-aanzicht vertoont de wervelkolom verschillende krommingen. Van boven naar beneden zien we dat er een cervicale lordose, een ethoracale kyfose, een lumbale lordose en een kromming ter hoogte van de kniekuil is. Daarnaast is er de normale sacrale kromming die ervoor zorgt dat het zitvlak naar achter uitsteekt. Een goed ondersteunend bed zorgt ervoor dat in ruglig de uithollingen worden ondersteund en geeft ruimte aan de thoracale wervels en het bekken. Zo respecteren we de normale fysiologische kromming van de wervelkolom.

 

In vooraanzicht zien we ook niveauverschillen. Wanneer we in zijlig slapen dient de wervelkolom een horizontale lijn te zijn. Het is wenselijk dat hierbij de schouders en heupen voldoende ruimte krijgen en dat het hoofd, de lenden en de benen ondersteund worden. Zo zal een slaapsysteem met een goede conformiteit de wervelkolom in zijn totaliteit dienen te ondersteunen.

Te zacht systeem met slechte conformiteit

Delen

Indien de onderlaag te zacht is, zal het lichaam doorzakken en spreken we van een hangmateffect. Er ontstaan abnormale krommingen die aan de holle (concave) zijde van de wervelzuil compressie veroorzaken op de weke weefsels en gewrichtsvlakken. Ter hoogte van de bolle (convexe) zijde van de wervelkolom ontstaat een voortdurende rek op ligamenten en spieren.

 

Die rekking veroorzaakt ter hoogte van de spieren pijn. Bij acute rugklachten spannen we de spieren spontaan en onbewust op om het lichaam te beschermen tegen onverwachte bewegingen. Onderlagen die te zacht, doorhangend of nadeinend zijn ondersteunen het lichaam te weinig. De slaap wordt onderbroken omdat er pijn ontstaat.

 

Deze houding veroorzaakt een kuileffect, wat de normale lichaamsbewegingen tijdens de nacht zal verstoren. Omwille van dit kuileffect is het moeilijker om van houding te veranderen. Er dient dan meer spierkracht gebruikt te worden om te bewegen, zodat we minder ontspannen zijn en zodanig zal ook de slaapkwaliteit verminderen.

Te hard systeem met slechte conformiteit

Delen

Indien de onderlaag te hard is zal de wervelkolom verkeerd ondersteund worden. In zijlig zullen vooral de schouders en in mindere mate het bekken de druk opvangen. Hierdoor buigt de wervelkolom op een onnatuurlijke wijze S-vormig door. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat onze schouders breder zijn dan het bekken. Door de invloed van enerzijds de nachtelijke ontspanning van de spieren en anderzijds de zwaartekracht buigen de lendenwervels door.

 

Daarnaast zal een te harde onderlaag de druk ter hoogte van de contactvlakken verhogen. Dit heeft een erg nadelige invloed op de bloedcirculatie van de lokale weefsels. Deze ischemie prikkelt het centraal zenuwstelsel om van houding te veranderen zodat de bloedcirculatie terug normaal kan functioneren. De pijn, die ontstaat door die ischemie, wordt op die wijze verminderd en men kan terug verder slapen. Doch deze toestand herhaalt zich na verloop van tijd zodat we
regelmatig wakker worden.

Algemeen

Delen

Een comfortabele houding is belangrijk om een goede nachtrust te bekomen. Hierbij spelen de hardheid van de matras en de grootte van het bed een belangrijke rol. De graad van uitgerustheid wordt bepaald door dit comfort.

 

Tijdens het slapen veranderen we regelmatig van houding zodat op ieder moment van de nachtrust het bed conform moet kunnen inspelen op het lichaam van de slaper, zonder dat het de nachtrust verstoort.

 

Hierbij spelen de afmetingen ook een rol. Een optimale lengte van het bed bedraagt 20 à 30 cm meer dan de lichaamslengte. Er moet voldoende ruimte zijn om gestrekt in bed te liggen, rekening houdende met de plaats dat het hoofdkussen ook nog nodig heeft. Ook de breedte is belangrijk. Deze hangt af van de beenlengte en de schouderbreedte. Personen met lange benen hebben voldoende ruimte nodig om de benen in zijlig te kunnen optrekken. Daarenboven zullen onrustige slapers ook meer plaats behoeven. Een goede breedte bedraagt ongeveer 90 cm.

Algemeen

Delen

Als basisstelling kunnen we vooropstellen dat een slaapsysteem ervoor dient te zorgen dat de rugpatiënt ‘s morgens zonder pijn opstaat en zich gedurende de dag goed voelt in zijn vel. Belangrijk is dat het bed aangenaam en gezellig aanvoelt. Slapen is immers nog altijd een natuurlijke behoefte die ervoor zorgt dat we recupereren van de fysische en psychische inspanningen van de dag. Een bed dat prettig aanvoelt ligt beter en zal de slaapkwaliteit verhogen: de subjectieve beïnvloeding is van groot belang.

 

Hierbij dienen we rekening te houden met de functionele eenheid die het slaapsysteem in zijn geheel is en elk afzonderlijk gedeelte ervan.

De matras

Delen

De matras dient elastisch te zijn en moet de lichaamsdruk over een zo groot mogelijke oppervlakte verdelen, zodat er geen spierspanningen of bloedcirculatiestoornissen optreden. Daarnaast moet ze ook stevig genoeg zijn om het lichaam te ondersteunen in zijn rust. Er mogen door de ouderdom geen putten in ontstaan.

 

Daarbij moet ze de warmteverdeling en vochtafvoer maximaal reguleren.

De matrasdrager

Delen

De matrasdrager dient de druk die op de matras rust op een juiste manier op te vangen. De bodem dient het lichaam te ondersteunen, de vochtregulatie te bevorderen en duurzaam te zijn. De bodem mag niet enkel de verhoogde druk van de schouders en bekkengebied opvangen, maar zal ook steun moeten geven aan de andere lichaamsdelen. De natuurlijke fysiologische krommingen van de ruggengraat dienen gerespecteerd te worden! Elke steun die het lichaam ondervindt van de bodem kan als een pluspunt gezien worden.

De combinatie

Delen

De matrasdrager dient in een symbiose te leven met de matras. De kwaliteit van een goede matras gaat grotendeels verloren indien de drager niet is aangepast. Ook omgekeerd kan bijvoorbeeld een te harde matras het gunstige effect van de drager minimaliseren.

 

Het ideale bed zorgt voor een juiste ondersteuning van de wervelkolom in verschillende lichaamsposities. Het dient tevens individueel te zijn, met andere woorden: aangepast aan de lichaamsconstitutie van de gebruiker. Matrassen en lattenbodems met vaste zones zijn daarom niet universeel te gebruiken.

 

Een goed bed moet het lichaam volledig en gelijkmatig ondersteunen, zodat we niet verplicht worden in een bepaalde houding te blijven liggen. De graad van conformiteit bepaalt de waarde van een slaapsysteem. Personen met een hyperlordose en hierbij een verhoogde dorsale kyfose hebben er alle baat bij. Ook specifieke rugklachten zoals scoliose behoeven deze aanpasbaarheid. Ook vanuit preventief standpunt moet men ervoor zorgen dat de combinatie tussen matras en matrasdrager optimaal is. Men kan beter vermijden dan genezen.

Algemeen

Delen

Het hoofdkussen maakt deel uit van het slaapsysteem. Het dient ervoor om de cervikale wervelzuil te ondersteunen. De schouder- en nekstreek zijn een erg gevoelig lichaamsdeel en veroorzaken vaak spierspanningen en discuslijden. Gevolgen hierbij zijn hoofdpijn, tintelingen in de handen of een stijfheidgevoel in de nekstreek. Nekklachten verergeren vaak gedurende de nacht. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat het hoofdkussen niet conform is met de constitutie van de cervikale wervelzuil.

 

Een goed hoofdkussen geeft een zachte en continue ondersteuning van zowel de nek als het hoofd. Dit zowel in ruglig als in zijlig. De steun mag niet enkel ter hoogte van de nekwervels plaatsvinden. Dit verhoogt de neklordose, wat erg nadelig kan zijn voor arthrosepatiënten. De keuze van hoofdkussen hangt af van de constitutie van de slaper. Zijn lichaamsbouw, gewicht en persoonlijke voorkeur spelen hierin mee. Belangrijk bij een hoofdkussen is de aanpasbaarheid in hoogte en verscheidenheid in hardheid. Aan te raden is het orthopedische hoofdkussen dat voldoet aan de eisen gesteld voor een goed hoofdkussen.